BusBendeHet kaartspel voor je hele bende
SPELREGELS

Zo speel je BusBende

Een potje bestaat uit drie delen: vier persoonlijke kaarten, de boom en de bus. Hieronder vind je de basisregels die in BusBende worden gebruikt.

1
DE VOORRONDE

Iedere speler verzamelt vier kaarten

De spelers komen om de beurt aan bod. Bij iedere kaart moet eerst een voorspelling worden gedaan. Goed geraden betekent niets doen; fout geraden betekent één slok.

KAART 1Rood of zwart

Voorspel vóór het trekken of de kaart rood of zwart is.

KAART 2Hoger of lager

Raad of de tweede kaart hoger of lager is dan je eerste kaart. Een gelijke waarde telt als fout.

KAART 3Binnen of buiten

Raad of de waarde tussen je eerste twee kaarten ligt of juist erbuiten. Gelijkheid aan een grens telt als fout.

KAART 4Figuur

Kies harten, ruiten, klaveren of schoppen. Je kunt daarnaast voor Disco kiezen.

🪩

Disco

Disco is goed wanneer je na de vierde kaart alle vier de figuren één keer in je hand hebt: harten, ruiten, klaveren en schoppen. Bij een geslaagde Disco drinkt iedereen behalve de speler die Disco heeft.

2
DE BOOM

Speel je kaarten weg

Na de vier persoonlijke kaarten begint de boom. Standaard gebruikt BusBende vier rijen. De eerste rij bevat één kaart, de tweede twee, de derde drie en de vierde vier.

🂠
🂠🂠
🂠🂠🂠
🂠🂠🂠🂠
Kaart voor kaart

De kaarten in de boom worden in volgorde omgedraaid.

Dezelfde waarde?

Heb je een kaart met dezelfde waarde als de open kaart, dan mag je die uit je hand wegspelen.

Slokken uitdelen

Het aantal slokken is gekoppeld aan de rij. In rij één is dat één, in rij twee twee, enzovoort. Een ingestelde dubbele kaart kan dit aantal verdubbelen.

Verdelen mag

Wanneer je meerdere slokken mag uitdelen, kunnen die over verschillende spelers worden verdeeld.

Aan het einde van de boom gaat de speler met de meeste kaarten over naar de bus. Bij een gelijke stand bepaalt de ingebouwde tiebreak wie de bus in gaat.

3
DE BUS

Hoger of lager tot je de rit uit bent

De aangewezen speler is de buschauffeur. Alleen die speler bedient de keuzes op zijn of haar toestel.

Begin met een kaart

Vanuit de huidige kaart kiest de buschauffeur of de volgende kaart hoger of lager wordt.

Goed geraden

De speler gaat verder naar de volgende kaart of het volgende deel van de bus.

Fout geraden

De busregel voor een fout wordt uitgevoerd en de rit gaat volgens de gekozen spelinstellingen verder.

Gelijke kaart

De groep kiest vooraf de dubbelregel: Bus doorgeven of Iemand meenemen. Controleer de ingestelde regel in jullie kamer; gelijk is hier dus niet altijd hetzelfde als een gewone foute voorspelling.

🚌

Einde van de rit

Wanneer de buschauffeur het volledige traject heeft gehaald, is het potje voorbij en kan de groep een nieuwe ronde starten.

4
KAARTEN OP TAFEL

Wat gebeurt er bij deze kaarten?

Hieronder staan voorbeeldsituaties uit de vier gokstappen en de boom. De kaartwaarde bepaalt de vergelijking; het figuur bepaalt of een kaart harten, ruiten, klaveren of schoppen is.

HOGER OF LAGERJe eerste kaart is een 8

Je kiest Hoger. Een 10 is goed; een 5 is fout. Nog een 8 is ook fout in deze voorronde, omdat de tweede kaart echt hoger of lager moet zijn.

BINNEN OF BUITENJe hebt een 4 en een 10

Een 7 ligt binnen. Een 2 ligt buiten. Een 4 of 10 ligt precies op de grens en is bij beide keuzes fout. De volgorde van je eerste twee kaarten verandert dit niet.

DISCOHarten, klaveren en ruiten

Je hebt al drie verschillende figuren en kiest Disco voor kaart vier. Schoppen maakt de set compleet: vier verschillende figuren. Nog een hartenkaart maakt geen Disco.

DE BOOMEen 9 gaat open in rij drie

Heb je een 9 in je hand, dan kun je die wegspelen. De drie uit te delen slokken kun je bijvoorbeeld als twee en één verdelen. Is deze boomkaart een 2×-kaart, dan zijn het zes slokken.

Voorbeeld van een gelijkstand: Sam en Noor houden ieder twee kaarten over. Beiden trekken zelf een kaart. Sam trekt een 5 en Noor een vrouw: de laagste kaart verliest, dus Sam wordt chauffeur. Bij opnieuw gelijke waarden volgt een nieuwe trekking voor de betrokken spelers.

+
INSTELLINGEN

Maak het potje van jullie

De host kan voor het starten verschillende onderdelen van het potje aanpassen, waaronder het aantal boomrijen, kaartdecks, checkpoints en aanvullende boom- of busregels. De ingestelde opties in de kamer zijn leidend voor dat potje.

Dubbele kaarten in de bus

Bij Bus doorgeven kiest de chauffeur een andere speler die de bus overneemt. Bij Iemand meenemen komt er een speler bij in de bus. Als iedereen al meerijdt, kan er niemand meer bij en volgt de afhandeling voor een foute kaart.

Checkpoints als tussenpunt

Met checkpoints bepaal je waar de rit na een fout verdergaat. De chauffeur kiest de checkpointkaarten tijdens het klaarzetten van de bus.

Een tweede kans of direct terug

Bij Tweede kans krijgt de chauffeur op de checkpointkaart één herkansing; opnieuw fout betekent terug naar kaart één. Met Direct terug gebeurt dat al bij de eerste fout op het checkpoint.

Direct veilig

In deze checkpointvariant is het bereiken van een checkpoint genoeg: dat wordt meteen het nieuwe beginpunt voor een volgende poging.

De chauffeur trekt eerst de buslengte en het aantal open kaarten. Gebruikte kaarten gaan naar de aflegstapel; pas als de trekstapel leeg is, worden afgelegde kaarten opnieuw geschud. Daardoor kunnen kaarten later terugkomen.

GOED OM TE WETEN

Een slok hoeft geen alcohol te zijn.

Speel met water, fris, alcoholvrij of punten als dat beter bij jullie past. Drink geen alcohol onder de wettelijke leeftijd, respecteer altijd iemands grens en stap niet achter het stuur na het drinken.

🃏

Regels duidelijk?

Dan is het tijd om de eerste kaart te trekken.

Start BusBende